Nieuws over CPR voor kabels

CPR zorgt voor nieuwe eisen aan de brandveiligheid van kabels van vaste installaties in bouwwerken

Jaarlijks sterven er in Europa 4000 mensen als gevolg van brand. Aangezien 90% van de branden plaatsvindt in gebouwen en we daar ook 90% van de tijd doorbrengen, heeft de nieuwe Europese wetgeving Construction Products Regulation (CPR) tot doel om risico's tijdens brand in gebouwen te verminderen. CPR zorgt voor eenduidigheid over de classificatie van het brandgedrag van kabels in Europa, en zorgt daardoor voor een betere kwaliteitsborging van kabels en dus een vermindering van het risico tot slachtoffers tijdens brand.

Welke kabels?
CPR is toepassing op laagspannings- en middenspanningskabels, maar ook signaal-, data- en glasvezelkabels die zijn geïnstalleerd in vaste elektrotechnische installaties van bouwwerken. Kabels worden geclassificeerd op basis van brandgedrag (“Reaction to Fire”). Kabels met de aanduiding fb (functiebehoud – resistance to fire) vallen voorlopig buiten de CPR-classificering. Daar wordt in een later stadium een nieuwe Europese norm voor verwacht.

Ingangsdatum
Op 10 juli 2015 heeft de Europese Commissie de nieuwe EN 50575 norm (de norm voor kabels die onder CPR vallen) gepubliceerd in het Publicatieblad. In die publicatie was sprake van een ingangsdatum van 1 december 2015. Echter, op 13 november 2015 heeft de Europese Commissie in overleg met CEN-Cenelec een nieuwe Date of Applicability (DoA) gepubliceerd, namelijk 1 juli 2016. De overgangsperiode van 1 jaar is herbevestigd, deze periode duurt van 1 juli 2016 tot 1 juli 2017. De Europese commissie geeft op deze wijze ook voldoende tijd aan alle EU landen om CPR voor kabels te implementeren in hun nationale regelgeving.

Brandtests
Omdat de classificatie en testmethoden veranderen, moeten alle kabel productfamilies opnieuw brandtests ondergaan volgens de nieuwe testmethodiek die is vastgelegd in CPR. De brandtests moeten worden gevalideerd door zogenaamde aangemelde instanties (notified bodies). Deze instanties worden aangewezen door de nationale overheden. In Nederland is deze taak ondergebracht bij Raad voor Accreditatie in Utrecht. In andere landen gebeurt dit op dezelfde wijze. In de norm EN 50575 wordt nauwkeurig aangegeven hoe er gekeurd/geïnspecteerd moet worden.

Euroklassen
Voor de classificatie onder CPR worden de volgende eigenschappen van de kabel tijdens brand gemeten: brandvoortplanting, rookontwikkeling, zuurgraad van de rookgassen, maar nu ook brandende vallende deeltjes en vrijgekomen hitte. Aan de hand van de uitkomsten van de tests worden de kabels ingedeeld volgens de nieuwe CPR Euroklassen die gaan gelden voor alle kabels van vaste elektrotechnische installaties in bouwwerken. CPR maakt voor elektrische leidingen onderscheid in de Euroklassen Aca, B1ca, B2ca, Cca, Dca, Eca en Fca, in analogie met de klassen A t/m F voor bouwproducten. Additioneel zijn rookontwikkeling (s),
Additioneel zijn rookontwikkeling (s), brandende vallende deeltjes (d) en corrosiviteit/zuurgraad (a) geclassificeerd. Zie ook de tabel “brandclassificatie kabels”.

NEN 8012
Voor de implementatie in Nederland is de NEN 8012 opgesteld; de Nederlandse norm voor de keuze van het leidingtype met als doel het beperken van de schade als gevolg van brand van en via elektrische leidingen en glasvezelleidingen. Het aantal classificaties is daarin beperkt tot vier: B2ca (s1,d1,a1), Cca (s1, d1, a1), Dca (s3, d2, a3) en Eca. NEN 8012 is op 1 december 2015 gepubliceerd en kan besteld worden via www.nen.nl.

“In CPR zijn meer dan tweehonderd verschillende classificaties te onderscheiden. Om het systeem in de dagelijkse praktijk bruikbaar te maken, hebben we in Nederland het aantal classificaties beperkt tot vier. In feite hadden we drie klassen en dat worden in de toekomst vier geheel nieuwe klassen. Met behulp van de stroomschema’s in NEN 8012, waarin vragen staan over de gebruiksfunctie en risicofactoren, kom je tot de vereiste brandklasse. Om de kabelkeuze voor adviseurs en installateurs eenvoudiger te maken heeft Draka de brandklasse selectiehulp ontwikkeld die is gebaseerd op de NEN 8012”, licht Edgar Aker, Director Marketing en Business Development van Draka, toe.

Iedereen heeft een verantwoordelijkheid: Fabrikant, Groothandel, Adviseur, Installateur
De kabelfabrikant is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de brandtesten, het opstellen en aanbrengen van de CE-markering en het opstellen en beschikbaar maken van de prestatieverklaring (Declaration of Performance of DoP). De groothandel/distributeur dient erop toe te zien dat alle verkochte kabelproducten zijn voorzien van CE-markering en deze dient tevens de prestatieverklaring beschikbaar te maken. De installateur/adviseur is verantwoordelijk voor de juiste keuze van de brandklasse en kabel; conform de NEN 8012. Verder moet de installateur er rekening mee houden dat de keuze in de administratie wordt verantwoord, want men moet kunnen aantonen dat de kabel met de juiste brandclassificatie is toegepast.

Draka en brandveiligheid
Edgar Aker: “In de afgelopen 30 jaar heeft Draka vele brandproeven uitgevoerd aan verschillende
kabelconstructies en materialen. Dit heeft ons een goed inzicht gegeven over het gedrag bij brand en het correct toepassen en installeren van kabels. Onze testopstellingen in ons brandlaboratorium lenen zich voor proeven aan alle kabeltypes - laagspanningskabels, signaal-, data- en glasvezelkabels, maar ook middenspanningskabels. We verwachten dan ook op tijd, zoals voorgeschreven in EN 50575, de relevante kabels te kunnen voorzien van de juiste CE-markering met de nieuwe CPR-classificatie. Conform de richtlijn mogen we in de toekomst het brandgedrag niet meer op de oude manier indelen. We hebben als fabrikant de verplichting om in de communicatie over brandgedrag, de CPR voorschriften te volgen. Dat geldt voor alle kabels, dus spanning en data (ook glasvezel) die worden gebruikt in vaste elektrotechnische installaties van bouwwerken. CPR heeft dus geen betrekking op kabels van niet-vaste installaties, zoals stuurstroomkabels die rechtstreeks zijn aangesloten op machines.

De afgelopen vakbeurs Elektrotechniek was voor Draka het ideale platform voor de aftrap van de campagne over CPR brandveiligheid. Deze campagne heeft tot doel de markt te informeren over de impact van CPR voor kabels. Voor de installatiebranche is het belangrijk om nu alvast antwoord te krijgen op vragen als: wat gaat er voor wie in de bouwketen precies veranderen? Welke kabels vallen onder CPR? En hoe bepaal ik de juiste brandklasse en kabel? Tijdens de informatie-sessies van Draka op de beurs werden concrete voorbeelden van risicosituaties en bijbehorende brandklassen getoond. Op www.draka-cpr.nl is de video van het seminar beschikbaar voor degenen die deze hebben gemist. De website biedt verder een praktische informatie en tools, zoals het laatste nieuws, veelgestelde vragen en antwoorden en een handige selectiehulp voor het selecteren van de juiste brandklasse en (later) Draka kabel.”

Als mede-architect van NTA 8012, de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) vervult Draka een voortrekkersrol op het gebied van brandveilige kabels voor toepassing in gebouwen. NEN besloot vorig jaar om de in Nederland al langer gehanteerde brandclassificatie NTA 8012 als uitgangspunt te nemen voor een aangepast ontwerp van NEN 8012 . Die is nu gepubliceerd op www.nen.nl. Aanpassingen die zijn gemaakt ten opzichte van NTA 8012, hebben betrekking op onder andere: de wegingsfactoren bij de risicoanalyse; vervanging van de bezettingsgraadklasse door een indeling voor uitwendige invloeden volgens NEN 1010 (ontruimingsmogelijkheden); toevoeging van de relatie tussen NTA 8012, NEN 1010 en het Bouwbesluit; toevoeging omschrijving brand- en rookklassen; toevoeging van criteria met betrekking tot de classificatie van bijkomende corrosiviteit/zuurgraad en vallende brandende deeltjes.

CPR geldt alleen voor het brandgedrag van kabels. Voor de overige kabeleigenschappen blijven de relevante keurmerken van toepassing, zoals KEMA-KEUR.